Puntstempels van Nederlands IndiŽ


- een introductie -

 

 


(afdruk puntstempel 1: postkantoor Weltevreden) 

In navolging van Nederland werd in 1873 ook in IndiŽ besloten het puntstempel in te voeren. De aankondiging stond in circulaire nr. 50 van 1873, bij beschikking van de Directeur der Burgerlijke Openbare Werken, No. 1015 P van 18 september 1873. Deze circulaire bevatte tevens de namen van de postkantoren, die de puntstempelnummers 1 tot en met 65 zouden krijgen.

De puntstempels werden op 1 januari 1874 ingevoerd. De ingebruikneming van het puntstempel betekende dat de Indische Posterijen nu over een echt vernietigingsstempel konden beschikken. Het doel was uiteraard het frauduleus hergebruik van postzegels tegengaan. De punten van de stempels laten op het zegelbeeld een afdruk achter die, ook na het eventueel verwijderen van de inkt, zichtbaar blijft.

Puntstempels zijn alleen door postkantoren, de postagentschappen te Singapore en Penang, alsmede het Expeditiekantoor op de mailstomer gebruikt. In totaal zijn 120 nummers bekend, die door 131 postkantoren zijn gebruikt tussen 1874 en medio 1893. Bovendien heeft Karanganjar van 13 oktober 1879 tot eind 1881 abusievelijk nummer 69 in plaats van 96 gebruikt.

Het is onbegrijpelijk, dat nummer 116 gelijktijdig door Boeleleng en Gombong is gebruikt en nummer 117 door Banckalan en Bindjei. De officiŽle intrekking van de puntstempels werd aangekondigd bij circulaire nr. 29 van 1 april 1893. Geleidelijk hebben na april 1893 de postkantoren de puntstempels met de dagtekenstempels (rond- en kleinrondstempel) omgeruild voor het vierkantstempel .

De meest gebruikte stempelinkt is zwart, maar vele kantoren gebruikten ook blauwe en violette stempelinkt. Van (Laboean) Deli zijn rode afdrukken bekend.

Uit: P. Storm van Leeuwen
Poststempelcatalogus Nederlands Indie
1864 - 1942

---

Stempeltypen

 

De stempels waren van brons of messing gemaakt en daardoor aan slijtage onderhevig. Voor de grotere postkantoren zijn er daardoor verschillende stempels aangemaakt en ontstonden er dus typen.

In de literatuur vinden we illustraties van de verschillende typen in:

  1. De puntstempels van Nederland en Nederlandsch Indie door D.C. Hoogerdijk;

  2. De poststempels Nederlands Indie 1864-1950 door P.R. Bulterman;

  3. De Postzak nr. 153 De puntstempels van Nederlands Indie door P.R. Bulterman

Geen van de auteurs is overtuigd van de volledigheid van de geillustreerde opsomming van typen. Zij verwachten dat er in de toekomst nog meer gevonden zullen worden.

Bij het bepalen van de stempeltypen kan gebruikt worden gemaakt van bovenstaande matrix. De punten worden aangegeven met een letter A t/m F, gevolgd door een cijfer 1 t/m 6. Vooral als punten op een gegeven moment verdwijnen door afbreken of slijtage, dan wordt dit bijvoorbeeld aangegeven als:

A4 ontbreekt in 1879
E6 ontbreekt in 1883
A1 ontbreekt in 1892

Om ongeveer vast te kunnen stellen wanneer punten verdwijnen, zijn uiteraard poststukken met de desbetreffende puntstempel nodig. Hierbij gaat het om een poststuk met een bepaalde datum, als de afdruk van de punt nog aanwezig is en een ander poststuk met een bepaalde datum en de afdruk van de punt blijkt te zijn verdwenen.

Afbeelding uit: De Postzak 153 van Bulterman.

---

Stempelslijtage en -afdruk

Naast de verschillende stempeltypen komen er ook slijtage veranderingen voor, die in het bijzonder door Bulterman in De Postzak nr. 153 zijn uitgewerkt. Maar ook in deze opsomming zijn ongetwijfeld lacunes.

Bulterman wijst er ook op dat slijtage kan worden herkend aan de minder scherpe vormen van de punten (die daardoor dikker worden) en de kleiner wordende cijfers. Daarnaast ontstonden er verschillen door:

  • Trillen of verschuiven van de stempel tijdens de afstempeling;

  • De mate van kracht die bij het afstempelen werd gebruikt;

  • De ondergrond tijdens het afstempelen;

  • De aard van het stuk (soort papier);

  • De hoeveelheid inkt op de stempel;

  • De aanwezigheid van vuil op de stempel;

  • Het afbreken van stukken van de stempel.

Zie hieronder afbeeldingen van stempelafwijkingen die zijn gemaakt door Bulterman.

Een mooi voorbeeld van slijtage van een stempel:

Het voorbeeld hierboven betreft het stempeltype 5 van postkantoor Weltevreden. Dit is gebruikt van 1887 totdat de stempels werden afgeschaft in 1893. Geleidelijk wordt het stempel "vetter en dikker" doordat er steeds meer slijtage ontstaat.

---

Stempelkleuren

 

Zwart was de voorgeschreven kleur voor de puntstempels. Echter niet alle postkantoren hielden zich aan dit voorschrift. Zo zijn er afdrukken bekend in Violet, Blauw-blauwgroen en Rood.

Nog steeds worden afdrukken gevonden van kantoren met andere kleuren dan zwart. Onderstaande inventarisatie is waarschijnlijk niet volledig.

 

Kleur Postkantoren
Violet 1, 3, 4, 12, 38, 60, 62, 63, 66, 84, 88, 90, 105, 106, 115, 117, 118, 119
Blauw-blauwgroen 2, 4, 5, 6, 7, 10, 12, 13, 14, 15, 16, 18, 22, 23, 25, 27, 28, 37, 40, 48, 50, 55, 56, 57, 58, 60, 66, 72, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 84, 85, 88, 90, 94, 100, 105, 106, 115
Rood 84

---

Stempels op emissies

De puntstempels komen voor op de volgende emissies:

  • Koning Willem III 1864 en 1868 (zeer zeldzaam)

  • Koning Willem III 1870

  • Cijfertype 1883

  • Koningin Wilhelmina 1892 20, 25 en 50 cent (zeldzaam)

  • Port 1874

  • Port 1882

  • Port 1892 16a 10 cent en 18a 20 cent (twijfelachtig)

  • Sporadisch op zegels van andere landen; Straits Settlements en Nederland komen hierbij het meest voor

Enveloppen met Koning Willem III als zegelbeeld (volgens Geuzendam):

  • Koning Willem III in rechthoek 10 cent roodbruin 1878/79

  • Koning Willem III in rechthoek 20 cent ultramarijn 1878/79

  • Koning Willem III in rechthoek 25 cent violet 1878/79

  • Envelop nr. 1 met zwarte overdruk "Briefomslag tien cent" in 3-regelige herhaling schuin over het zegelbeeld 1881

  • Envelop met overdruk als nr. 4, maar met spitse i.p.v. ronde achterklep 1881

  • Koning Willem III in ovaal 10 cent roodbruin 1883/88

  • Koning Willem III in ovaal 12 1/2 cent grijs 1883/88

  • Koning Willem III in ovaal 15 cent geelbruin 1883/88

  • Envelop nr. 3 met zwarte handstempel opdruk "15" 1888

Briefkaarten (volgens Geuzendam):

  • Koning Willem III met omranding 5 cent violet 1874/84

  • Koning Willem III met omranding 5+5 cent links of rechts (antwoord betaald) 1874/84

  • Koning Willem III met omranding 12 1/2 cent grijs

  • Briefkaart nr. 3 met blauwgroene opdruk "5" 1879

  • Koning Willem III zonder omranding 7 1/2 cent bruin op roomkleur 1879

  • Koning Willem III met omranding 5 cent groen 1885

  • Koning Willem III met omranding 7 1/2 cent bruin op wit 1885

  • Cijfer in cirkel 5 cent groen 1887

  • Cijfer in cirkel 7 1/2 cent bruin 1887

  • Cijfer in cirkel 5 cent blauw op lichtblauw 1889/90

  • Cijfer in cirkel 5+5 cent blauw op lichtblauw 1889/90

  • Cijfer in cirkel 7 1/2 cent karmijn op rose 1889/90 (twijfelachtig)

  • Cijfer in cirkel 7 1/2+7 1/2 cent karmijn op rose 1889/90 (twijfelachtig)  

---